Luk van Driessche (1953 Sint Niklaas, België), studeerde aan het Hoger Sint Lucas Instituut te Gent. In 1980 verhuisde hij naar Amsterdam. Hij geeft les bij Ateliers BURI en de Wackers Academie waar hij sinds 1996 directeur van is.
Hiernaast werkt Luk van Driessche iedere dag op zijn atelier. Naast modelstudies op papier werk hij vooral in olieverf. Kleurrijke doeken op middengroot formaat met de mens als terugkerend onderwerp. De schilderijen doen soms theatraal aan. Het zijn voorstellingen. Daarnaast tekent hij en maakt kleine aquarellen.

Tijdens een lezing op de kunstbeurs REALSIME10 in Amsterdam vertelde hij
‘Af en toe teken ik naar model. Inkt, pen, aquarel, snelle schetsen op klein formaat. Ik zie dit als studie, als concentratie, soms wordt het teken, schrift en af en toe tekening. Soms maakt iemand indruk op mij. Het beeld blijft hangen. Aan de hand van schetsen en een enkele foto begin ik aan een schilderij. Snel verlaat ik deze informatie. Ik beeld opnieuw. Wat heeft zij mij verteld? Waarom zoek ik opnieuw haar beeld, in mij, in verf? Ik schilder haar niet na, ik verbeeld haar opnieuw.’

Op de expositie de realist en zijn leermeesters schreef hij:
Een leermeester kies je niet, die vind je.
In het begin denk je dat je zo wil gaan schilderen omdat je nog niet weet hoe je moet gaan schilderen, dan sta je te kijken naar bijvoorbeeld van der Weyden of Hockney.
Na een tijdje gaan schilders met een verhaal of wereldbeeld waar je voeling mee hebt je meer interesseren. Je zoekt ’broertjes’ op, medestanders in weliswaar misschien een andere tijd, maar schilderes die hetzelfde proberen te verbeelden, of schilders die je bijvoorbeeld meer technisch interesseren, of inspireren over kleur of compositieschema’s. Of het de toets is, hoe de verf neergezet.
Inspiratie alom. Ergens voel je je in een traditie staan, je hoeft niks nieuws, alles is al gezegd, alleen hoe zeg ik het. En dat blijft zoeken. Mijn vier voorbeelden zijn hier, John Bellany en Bernhard Heisig (beide nog levend en wel) en James Ensor en Max Beckmann omdat zij alle vier verbeelden. Ze proberen het onzichtbare zichtbaar maken of zoeken naar de wereld achter de werkelijkheid.